Wat is het verschil tussen E, EW en EI brandwerende classificaties?

Bij brandwerende scheidingen en afsluitingen kom je vrijwel altijd de classificaties E, EW en EI tegen. Het zijn de drie meestgestelde vragen in de praktijk: wat betekenen ze, wat is het verschil en welke is vereist? In dit artikel leggen we de classificaties stap voor stap uit, zodat je als aannemer, installateur of opdrachtgever precies weet wat je nodig hebt.

Wat is het verschil tussen E, EW en EI brandwerende classificaties?

Waarom zijn E, EW en EI classificaties belangrijk?

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) schrijft geen specifieke producten voor, maar stelt prestatie-eisen. Dat betekent dat een brandwerende constructie gedurende een bepaalde tijd moet voorkomen dat brand, rook of warmte zich verspreidt naar een aangrenzend compartiment. Die prestatie wordt uitgedrukt in een classificatie: E, EW of EI, altijd gevolgd door een tijdsduur in minuten.

Een verkeerde keuze in classificatie kan direct leiden tot afkeur bij oplevering of tot herstelwerk achteraf. Goed begrip van deze termen is daardoor voor iedereen in de bouwketen van belang.

Classificatie E: vlamdichtheid

De classificatie E staat voor integriteit, ook wel vlamdichtheid genoemd. Een E-geclassificeerde scheiding voorkomt dat vlammen en hete rookgassen door de constructie slaan naar de andere zijde.

Warmteoverdracht is bij een E-classificatie toegestaan, zolang er geen openingen ontstaan waardoor vuur of rook zich kan verspreiden. Een E-classificatie biedt dus geen bescherming tegen warmtestraling of temperatuurstijging aan de niet-brandzijde. Het is de meest basale vorm van brandwerendheid.

Classificatie EW: vlamdichtheid én beperking van warmtestraling

EW gaat verder dan E. Naast vlamdichtheid wordt ook de warmtestraling aan de niet-brandzijde beperkt. De W staat voor ‘radiation’, ofwel straling.

Bij een EW-classificatie mag de warmtestraling aan de niet-brandzijde een vastgestelde grenswaarde niet overschrijden. Daarmee wordt voorkomen dat personen, materialen of objecten aan de andere zijde gevaarlijk warm worden door stralingshitte, zonder dat er direct vlammen doorheen slaan.

EW wordt vaak toegepast bij brandschermen en grotere doorgangen of situaties waarbij zicht of doorlaat gewenst blijft, maar warmtestraling beheerst moet worden. Denk aan atria, overdekte passages of industriële productieruimten.

Classificatie EI: de meest vergaande brandwerendheid

EI is de zwaarste classificatie van de drie. Naast vlamdichtheid en beperking van warmtestraling wordt ook thermische isolatie geëist. De I staat voor ‘insulation’.

Een EI-geclassificeerde scheiding beperkt niet alleen de doorgang van vlammen en straling, maar ook de temperatuurstijging van het oppervlak aan de niet-brandzijde. Hierdoor wordt voorkomen dat constructies, materialen of personen aan die zijde gevaarlijk heet worden, zelfs bij langdurige blootstelling aan brand.

EI-classificaties worden onder andere toegepast bij brandwerende schuifdeuren, brandwerende overheaddeuren en brandwerende rolluiken tussen brandcompartimenten waar personen aanwezig zijn, zoals kantoorruimten, trappenhallen of verblijfsruimten naast een opslagruimte.

Wat is het verschil tussen E, EW en EI?

Onderstaand overzicht zet de drie classificaties naast elkaar:

Classificatie Vlamdichtheid (E) Beperking warmtestraling (W) Thermische isolatie (I)
E Ja Nee Nee
EW Ja Ja Nee
EI Ja Ja Ja

Wat betekenen de minuten achter de classificatie?

Achter elke classificatie staat een tijdsduur: 30, 60, 90 of 120 minuten. Deze geeft aan hoe lang de constructie zijn prestatie moet behouden tijdens een gestandaardiseerde brandproef. Een EI60 moet dus 60 minuten lang zowel vlamdicht als thermisch isolerend blijven.

Belangrijk: een hogere tijdsduur betekent niet automatisch meer veiligheid. Het gaat altijd om de juiste combinatie van classificatie en tijdsduur, afgestemd op de toepassing en de eisen uit het Bbl. Een EW60 is in sommige situaties voorgeschreven en volstaat dan volledig, ook al klinkt EI90 zwaarder.

Wanneer is EI verplicht en wanneer volstaat EW?

Het Bbl schrijft niet in alle situaties een EI-classificatie voor. Of EW volstaat hangt af van meerdere factoren: de functie van het gebouw, de brandcompartimentering, de aanwezigheid van personen en de ligging van de scheiding.

In de praktijk geldt als vuistregel dat EI wordt vereist waar de temperatuurstijging aan de niet-brandzijde risico oplevert voor personen of constructies. EW wordt toegepast op plekken waar dit risico beperkt is, maar warmtestraling toch beheerst moet worden. Altijd is het brandveiligheidsconcept van het gebouw bepalend, niet alleen de classificatie op zichzelf.

Wanneer is EI verplicht en wanneer EW voldoende?

Het Bbl schrijft niet in alle situaties een EI-classificatie voor. In sommige toepassingen is een EW-classificatie voldoende om aan de eisen te voldoen. Dit hangt af van:

  • de functie van het gebouw

  • de brandcompartimentering

  • de aanwezigheid van personen

  • de ligging van de scheiding

Daarom moet altijd worden gekeken naar de context en het brandveiligheidsconcept van het gebouw, niet alleen naar de hoogste classificatie.

Hoe worden E, EW en EI bepaald?

De classificaties worden vastgesteld via brandproeven volgens Europese normen, met name EN 1634-1. Tijdens deze proeven wordt een representatief proefstuk blootgesteld aan een gestandaardiseerde brandcurve. De behaalde classificatie geldt uitsluitend voor de specifiek geteste situatie: de afmetingen, materialen, opbouw en wijze van montage.

Een classificatie is daarmee geen algemeen label, maar altijd gekoppeld aan specifieke randvoorwaarden. Dit geldt voor alle typen brandwerende afsluitingen, van schuifdeuren tot rolluiken en overheaddeuren.

Veelgemaakte fouten in de praktijk

Een veelvoorkomend misverstand is dat EW gelijkwaardig zou zijn aan EI. Dat is niet het geval. EW beperkt warmtestraling, maar voorkomt geen temperatuurstijging van het oppervlak zelf. Voor toepassingen waarbij thermische isolatie vereist is, is EW onvoldoende.

Een andere veelgemaakte fout is het toepassen van een product met de juiste classificatie, maar in een andere opbouw of afmeting dan getest. De classificatie vervalt dan, omdat die uitsluitend geldig is onder de geteste randvoorwaarden. Dit speelt met name bij maatwerk en niet-standaard dagmaten.

Conclusie

Het verschil tussen E, EW en EI zit in de mate van brandwerendheid die wordt geboden. E houdt vlammen en rookgassen tegen. EW doet dat ook en beperkt daarbovenop de warmtestraling. EI gaat het verst en isoleert ook thermisch, zodat de temperatuur aan de niet-brandzijde binnen veilige grenzen blijft.

Welke classificatie vereist is, wordt bepaald door de eisen uit het Bbl en de specifieke toepassing in het gebouw. Door de juiste classificatie te kiezen op basis van het brandveiligheidsconcept, worden fouten bij oplevering voorkomen en wordt aantoonbaar voldaan aan de gestelde eisen. Twijfel je over de juiste keuze? Neem contact op en we denken graag met je mee.

Auteur
Sam van den Heuvel
Sam van den Heuvel
Eigenaar
Vragen over dit onderwerp?

Kunt u het antwoord op uw vraag niet vinden? Neem gerust contact met ons op. Ons team staat klaar om u snel en deskundig te helpen.

Neem contact op
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.

Strikt noodzakelijke cookies

Strikt noodzakelijke cookie moet te allen tijde worden ingeschakeld, zodat we je voorkeuren voor cookie instellingen kunnen opslaan.

Analytics

Deze site gebruikt Google Analytics om anonieme informatie zoals bezoekersaantallen en meest populaire pagina's te verzamelen.

Door deze cookie aan te laten staan help je onze site te verbeteren.