EN 1634-1: zo wordt een brandwerende deur getest

Als je een brandwerende deur bestelt met classificatie EI60, verwacht je dat hij bij brand exact 60 minuten weerstand biedt. Dat is geen inschatting van de leverancier en geen theoretisch cijfer. Achter die EI60-classificatie zit een gestandaardiseerde, meetbare, in gecertificeerde laboratoria uitgevoerde brandtest volgens de Europese norm EN 1634-1.

In dit artikel leggen we uit hoe deze test in de praktijk verloopt, welke temperaturen en criteria worden gemeten, wie in Nederland deze testen uitvoert, en waarom deze procedure de fundering vormt onder elke CE-gecertificeerde brandwerende deur op de markt.

EN 1634-1: zo wordt een brandwerende deur getest

Wat is EN 1634-1?

EN 1634-1 is de Europese norm voor de brandweerstandsproef van deur- en luiksystemen, opengaande ramen en bouwbeslag. De volledige titel luidt: “Fire resistance and smoke control tests for door and shutter assemblies, openable windows and elements of building hardware — Part 1: Fire resistance test for door and shutter assemblies and openable windows”.

De norm beschrijft de Europese standaardmethode voor het testen van complete deursets, dus deur en kozijn samen, inclusief het bijbehorende hang- en sluitwerk. Alleen door deze test kan een brandwerende deur onder EN 16034 CE-markering krijgen en officieel op de Europese markt worden gebracht.

Belangrijk: EN 1634-1 wordt altijd toegepast in combinatie met EN 1363-1, de norm die de algemene voorwaarden voor brandweerstandsproeven vastlegt. EN 1363-1 bepaalt onder andere de standaardbrandkromme waarmee de oven wordt aangestuurd, en de meetprincipes die voor alle bouwelementen gelden.

De standaardbrandkromme: hoe de oven wordt aangestuurd

Om deuren van verschillende fabrikanten eerlijk te kunnen vergelijken, moet de brand in de testoven altijd op dezelfde manier verlopen. Voor de meeste brandwerende deuren wordt de zogenaamde standaardbrandkromme gehanteerd, die identiek is aan de internationaal bekende ISO 834-curve en is opgenomen in EN 1363-1.

De temperatuur in de oven volgt daarbij een specifieke, wiskundig vastgelegde curve:

T = T₀ + 345 · log₁₀(8t + 1)

Waarbij T de temperatuur in de oven is (in °C), t de tijd (in minuten) en T₀ de starttemperatuur (doorgaans rond 20 °C).

In de praktijk betekent dat:

  • na 5 minuten ligt de oventemperatuur rond 576 °C;
  • na 30 minuten bereikt de oven ongeveer 841 °C;
  • na 60 minuten ongeveer 945 °C;
  • na 120 minuten ongeveer 1049 °C.

Dit is dus geen “brandje”, maar een felle, oplopende brand die simuleert wat er in een echt gebouw kan gebeuren bij een uit de hand gelopen brand. De deur moet gedurende de gevraagde tijd blijven presteren onder deze omstandigheden.

Voor bijzondere toepassingen bestaan alternatieve heating curves in EN 1363-2, bijvoorbeeld de zwaardere koolwaterstofcurve voor petrochemische omgevingen of tunnels, en de externe brandcurve voor gevelbeproevingen. Voor reguliere brandwerende deuren volstaat de standaardbrandkromme.

De testprocedure stap voor stap

Een brandweerstandsproef volgens EN 1634-1 verloopt langs een strak protocol. Zo ziet dat er in de praktijk uit:

1. Constructie van het testexemplaar

De fabrikant bouwt een exacte kopie van de deurset zoals die in de praktijk zal worden verkocht: dezelfde afmetingen, hetzelfde deurblad, hetzelfde kozijn, dezelfde afdichtingen, dezelfde scharnieren, hetzelfde slot en dezelfde dranger. Elke afwijking van het te certificeren product zou de test ongeldig maken. De opbouw wordt gedocumenteerd tot op elk detail, tot en met leverancier en materiaalcode van elke afdichting.

2. Plaatsing in de testoven

De complete deurset wordt gemonteerd in een gestandaardiseerde testwand, die tegen de oven wordt geplaatst. Aan één zijde bevindt zich de oven (de “warme kant”), aan de andere zijde de “koude kant” waar de meetinstrumenten hangen.

3. Meetsensoren aanbrengen

Op het deurblad en het kozijn worden thermokoppels aangebracht die de temperatuur van het oppervlak aan de niet-verhitte zijde meten. Het aantal en de positie zijn precies voorgeschreven. Aanvullend worden kalibreermaatstaven (gap gauges) klaargelegd om vlammen en kieren te detecteren, en een katoenen proefkussentje (cotton pad) om ontsteking door hete lekgassen te meten. Ook worden druk- en gasmetingen uitgevoerd.

In de oven zelf wordt de temperatuur gemeten met een zogenoemde plate thermocouple (in plaats van de oudere wire thermocouple). Deze plate thermocouple reageert trager op temperatuurveranderingen, waardoor de ovenaansturing in de eerste tien minuten van de test een aanzienlijk grotere thermische belasting op de deur legt dan bij de oudere meetmethode. Dat is een van de redenen waarom oudere brandwerendheidsclassificaties niet één-op-één vergelijkbaar zijn met classificaties onder de huidige EN 1634-1.

4. Ontsteking en verloop van de test

De oven wordt ontstoken en volgt automatisch de standaardbrandkromme. De temperatuur loopt in korte tijd op tot honderden graden Celsius. Van moment tot moment worden alle meetwaarden geregistreerd, inclusief verzakking van het deurblad, spleetvorming en eventuele vlammen aan de niet-verhitte zijde.

5. Beoordeling van de criteria

Tijdens de test worden drie hoofdcriteria continu gemonitord: integriteit (E), thermische isolatie (I) en, indien relevant, warmtestraling (W). De test eindigt op het moment dat een van de criteria wordt overschreden, of wanneer de gevraagde tijd is bereikt zonder falen.

6. Rapportage en classificatie

Na afloop stelt het laboratorium een testrapport op waarin de constructie, meetpunten, temperatuurverloop en observaties worden vastgelegd. Vervolgens wordt een classificatierapport opgesteld volgens EN 13501-2 dat de deurset officieel indeelt in EI30, EI60, EI120 of een andere gepaste klasse.

Wat wordt precies gemeten: E, I en W

De letters E, I en W verwijzen naar drie soorten prestaties die in de test worden beoordeeld. Deze drie kenmerken vormen samen de basis voor de classificatie van brandwerende deuren.

E: Integriteit

De E staat voor integriteit: het vermogen van de deurset om vlammen en hete gassen tegen te houden. In de praktijk moet de deurset voldoen aan drie voorwaarden:

  • geen aanhoudende vlam aan de niet-verhitte zijde;
  • geen doorgaande openingen (kieren) breder dan een vastgestelde limiet, gemeten met kalibreermaatstaven;
  • het aan de niet-verhitte zijde gehouden katoenen proefkussentje mag niet ontbranden door hete gaslekken.

Als een van deze drie faalt, is het E-criterium overschreden en stopt de meetklok.

I: Thermische isolatie

De I staat voor thermische isolatie: het vermogen om de warmte-overdracht te beperken. Aan de niet-verhitte zijde mag de temperatuurstijging niet te hoog worden. Anders zouden materialen aan de andere kant van de deur spontaan kunnen ontbranden, of vluchtende personen letsel kunnen oplopen.

De concrete grenzen zijn:

  • gemiddelde temperatuurstijging op het deurblad: maximaal 140 °C boven de starttemperatuur;
  • maximale temperatuurstijging op elk afzonderlijk meetpunt: maximaal 180 °C boven de starttemperatuur.

Als deze grens ergens wordt overschreden, is het I-criterium gefaald.

W: Warmtestraling

De W staat voor warmtestraling: het vermogen om de stralingswarmte te beperken. De grens is 15 kW/m² gemeten op 1 meter afstand van de niet-verhitte zijde. Dit criterium wordt vooral gebruikt voor brandwerende schermen, glaspuien en bepaalde industriële toepassingen. Voor de meeste brandwerende deuren is E of EI de gevraagde classificatie.

EI1 en EI2: waar wordt de temperatuur gemeten?

Bij het I-criterium wordt onderscheid gemaakt tussen EI1 en EI2. Het verschil zit in waar precies de temperatuur wordt gemeten:

  • Bij EI1 worden de temperaturen ook nabij het kozijn en beslag meegewogen, tot op 25 mm van de rand. Dit is de zwaardere eis.
  • Bij EI2 worden alleen de temperaturen op het middendeel van het deurblad meegewogen, vanaf 100 mm van het kozijn. De randzone valt buiten beschouwing.

In de praktijk is EI1 dus strenger en veeleiseender dan EI2. Waar mensen langs de deur moeten vluchten of waar brandgevoelige materialen aan de koude zijde aanwezig zijn, kies je EI1. Voor de meeste andere situaties volstaat EI2. Meer over dit onderscheid lees je in onze eerdere blog over het verschil tussen EI1 en EI2.

Van testrapport naar classificatie: EN 13501-2

De ruwe testresultaten uit EN 1634-1 zijn op zichzelf nog geen certificaat. Ze moeten worden geïnterpreteerd volgens de indeling in EN 13501-2, de norm die vastlegt hoe testresultaten worden vertaald naar een officiële brandklasse.

Praktisch werkt dat zo: als de deurset tijdens de test 63 minuten stand houdt voordat het E-, I- of W-criterium faalt, wordt hij geclassificeerd als EI60. De officiële classificatie loopt in vaste stappen (15, 20, 30, 45, 60, 90, 120, 180 en 240 minuten), waarbij altijd naar de dichtstbijzijnde lagere stap wordt afgerond.

EN 13501-2 bepaalt ook welke variaties op de geteste uitvoering (bijvoorbeeld iets kleinere afmetingen, andere kleur, ander type dranger) mogen worden verkocht zonder opnieuw te testen. Dit heet het direct field of application of, bij grotere afwijkingen, het extended application (EXAP) dat via aanvullende technische onderbouwing wordt vastgesteld. Beide zijn expliciet vastgelegd in het classificatierapport.

Meer over de betekenis van de brandklassen zelf lees je op onze pagina over brandwerende classificaties E, EW en EI.

Wie voert deze testen uit in Nederland?

De brandtesten volgens EN 1634-1 mogen alleen worden uitgevoerd door erkende, geaccrediteerde testinstituten. In Nederland zijn dat:

  • Efectis Nederland (voorheen TNO Centrum voor Brandveiligheid) in Bleiswijk, één van de grootste onafhankelijke brandtestinstellingen van Europa en primair een pure testinstelling;
  • Peutz in Mook (Molenhoek), het brandveiligheidslaboratorium van adviesbureau Peutz, geaccrediteerd door de Raad voor Accreditatie voor brandveiligheidsproeven volgens Europese en nationale normen.

Beide instituten voeren de EN 1634-1 test in eigen laboratorium uit en stellen de bijbehorende test- en classificatierapporten op. Daarnaast wordt internationaal getest bij onder meer Warringtonfire (Verenigd Koninkrijk), MPA Braunschweig (Duitsland) en iBMB (Technische Universität Braunschweig). Testrapporten van deze instituten worden onder wederzijdse erkenning in de hele Europese Unie geaccepteerd.

De testen worden destructief uitgevoerd, wat betekent dat de deurset na afloop niet meer bruikbaar is. Voor de fabrikant is het dus een aanzienlijke investering, maar wel eentje die decennia meegaat: eenmaal getest en gecertificeerd, kan een deurmodel jarenlang worden verkocht op basis van het classificatierapport, mits het product identiek blijft.

Een belangrijk detail dat door beide instituten wordt onderstreept: de draairichting van de deur tijdens de test bepaalt mede het toepassingsgebied van de classificatie. Een deur die is getest met het deurblad “weg van het vuur draaiend” krijgt niet automatisch dezelfde classificatie voor de omgekeerde draairichting. Dit staat expliciet vermeld in het classificatierapport.

Wat betekent dit voor jouw project?

Voor jou als opdrachtgever, aannemer of gebouweigenaar betekent EN 1634-1 in de praktijk het volgende:

  • een brandwerende deur die als EI60 wordt verkocht, moet aantoonbaar zijn getest via EN 1634-1 en de bijbehorende DoP (prestatieverklaring) en het classificatierapport moeten beschikbaar zijn;
  • fabrikanten die geen testrapport kunnen overleggen, brengen strikt genomen geen gecertificeerd product op de markt;
  • bij inspectie door verzekeraar, gemeente of brandweer wordt gevraagd om deze documentatie in het brandveiligheidsdossier van het gebouw;
  • een leverancier die het complete testtraject overziet, kan onderbouwd adviseren welke deurset past bij welke toepassing.

BrandNorm werkt uitsluitend met fabrikanten die volgens EN 1634-1 testen en de complete documentatie standaard meeleveren. Voor het complete assortiment, zie onze productpagina’s over brandwerende deuren met kozijn en stalen brandwerende loopdeuren.

En wat als een houten brandwerende deur geen CE-markering heeft?

In de Nederlandse bouwpraktijk komen we regelmatig houten brandwerende deuren tegen die geen zichtbare CE-markering dragen. Dat is niet altijd een teken dat het product niet is getest, maar wel een teken dat er iets extra’s aan de hand is.

Onder de Europese norm EN 16034 (verplicht sinds 1 november 2019) wordt de CE-markering aangebracht op de complete deurset: deurblad en kozijn samen, als één product op de markt gebracht. Bij stalen fabrieksdeursets zoals van Teckentrup zit die CE-markering standaard af fabriek op de deurset.

Bij houten deuren gaat het anders. Fabrikanten zoals Theuma en Van Vuuren leveren het deurblad los, en de installateur of aannemer combineert dat op de bouw met een kozijn. Onder de strikte definitie van EN 16034 is een op de bouw samengestelde deurset niet in dezelfde vorm als één deurset op de markt gebracht. Vanuit CE-markeringsperspectief is dit een grijs gebied: de deurblad en het kozijn kunnen elk gecertificeerd zijn, maar de combinatie draagt niet automatisch de CE-markering op de deurset.

Dat wil niet zeggen dat zulke deuren onveilig zijn. Als het deurblad afkomstig is uit een gecertificeerde combinatie die volgens EN 1634-1 is getest, en de kozijncombinatie in het testrapport is opgenomen, is de brandwerendheid onder EN 1634-1 wel degelijk aantoonbaar. Wat ontbreekt is de gezamenlijke CE-markering onder EN 16034.

We hebben dit onderwerp uitgebreid behandeld in onze blog over brandwerende deuren met kozijn: stalen deurset of houten combinatie?. Daarin leggen we uit hoe BrandNorm bij houten deuren zorgt voor een gedocumenteerde, gecertificeerde deurset, zodat het brandveiligheidsdossier van het gebouw in orde is ook al is er geen sticker op het deurblad.

Veelgestelde vragen

Moet elke brandwerende deur volgens EN 1634-1 zijn getest?

Ja. Sinds 1 november 2019 is CE-markering onder EN 16034 verplicht voor brandwerende deuren die op de Europese markt worden gebracht. Deze CE-markering is alleen mogelijk als de deurset via EN 1634-1 is getest en geclassificeerd volgens EN 13501-2. Zonder deze testketen kan het product niet legaal als brandwerend worden verkocht binnen de EU.

Wat is het verschil tussen EN 1634-1 en EN 16034?

EN 1634-1 is de testnorm die beschrijft hoe een brandwerende deur in een laboratorium wordt beproefd. EN 16034 is de productnorm die beschrijft welke prestaties een deur moet leveren om als brandwerend product op de markt te worden gebracht en CE-markering te dragen. EN 16034 verwijst naar EN 1634-1 als de gestandaardiseerde testmethode. Beide zijn nodig: EN 1634-1 voor de test, EN 16034 voor de conformiteitsverklaring.

Hoe lang blijft een classificatierapport geldig?

Een classificatierapport heeft geen strikte vervaldatum, maar wordt door de meeste testinstituten en fabrikanten periodiek herbevestigd. Bij wezenlijke productwijzigingen (ander deurblad, ander slot, andere afdichting) moet opnieuw worden getest of moet via een EXAP-onderbouwing worden aangetoond dat de wijziging geen invloed heeft op de brandprestatie.

Kan een klein detail zoals kleur of slot de classificatie veranderen?

Ja, in theorie. Alleen de exact geteste uitvoering is gecertificeerd. Kleine varianten zijn toegestaan binnen het field of application dat in het classificatierapport beschreven staat. Wijkt de uiteindelijke deurset daarvan af (bijvoorbeeld een niet-genoemd slottype of niet-genoemde afdichting), dan is de classificatie niet meer waterdicht. Bespreek dit dus altijd vooraf met de leverancier.

Wordt de deur van beide zijden getest?

Standaard wordt de test uitgevoerd met brand aan één zijde. Voor deuren waar brand uit beide richtingen kan komen (bijvoorbeeld een deur tussen twee bedrijfscompartimenten) wordt vaak een aparte test gedaan met brand aan de andere zijde, of wordt op basis van symmetrie-argumenten bepaald dat de classificatie voor beide richtingen geldig is. Dit staat expliciet in het classificatierapport vermeld.

Is een brandwerende deur getest volgens EN 1634-1 ook rookwerend?

Niet automatisch. EN 1634-1 test primair brandwerendheid (E, I, W). Voor rookwerendheid geldt de aanvullende norm EN 1634-3, waarbij de deurset wordt getest op weerstand tegen koude rook (Sa) of warme rook tot 200 °C (S200). Deze rookwerendheidstest wordt vaak aanvullend op dezelfde deurset uitgevoerd. Meer hierover in onze pagina over het verschil tussen Sa en S200 rookwerendheid.

Welk deel van de test bepaalt wanneer een deur wordt afgekeurd?

Zodra een van de drie criteria (E, I of W indien vereist) tijdens de brandtest wordt overschreden, wordt de resterende testtijd niet meer meegerekend. Voorbeeld: als een deur na 47 minuten een ontbrand katoenen kussentje veroorzaakt, is de E-classificatie op dat moment gefaald en wordt de deurset geclassificeerd op maximaal EI45 (of lager, afhankelijk van de stappen in EN 13501-2).

Waarom zie ik op sommige houten brandwerende deuren geen CE-markering?

Onder EN 16034 wordt de CE-markering aangebracht op de complete deurset. Bij houten deuren die op de bouw uit los deurblad en los kozijn worden samengesteld (gangbaar bij Van Vuuren, Theuma en vergelijkbare fabrikanten), zit die gezamenlijke CE-markering vaak niet zichtbaar op de eindsituatie. Dat betekent niet automatisch dat de deur niet is getest volgens EN 1634-1, maar wel dat de CE-conformiteit onder EN 16034 minder waterdicht is dan bij een fabrieksset. Meer hierover in onze blog over brandwerende deuren met kozijn.

Betrouwbare deuren beginnen bij een gedegen testtraject

De EN 1634-1 test is meer dan een certificaat op papier. Het is de aantoonbare garantie dat een brandwerende deur onder gecontroleerde, meetbare omstandigheden zijn beloofde tijd standhoudt. Voor jou als opdrachtgever is dat de zekerheid dat wat je koopt, ook werkelijk levert wat de brandklasse belooft.

BrandNorm werkt uitsluitend met fabrikanten die volgens EN 1634-1 testen en de complete documentatie (DoP, CE-certificaat, classificatierapport) standaard meeleveren. Zo hangt er niet alleen een gecertificeerde deur, maar zit ook het bijbehorende papierwerk in het brandveiligheidsdossier van het pand.

Voor advies over de juiste brandklasse voor jouw project, neem contact op of vraag een offerte aan.

Auteur
Sam van den Heuvel
Sam van den Heuvel
Eigenaar
Vragen over dit onderwerp?

Kunt u het antwoord op uw vraag niet vinden? Neem gerust contact met ons op. Ons team staat klaar om u snel en deskundig te helpen.

Neem contact op
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.

Strikt noodzakelijke cookies

Strikt noodzakelijke cookie moet te allen tijde worden ingeschakeld, zodat we je voorkeuren voor cookie instellingen kunnen opslaan.

Analytics

Deze site gebruikt Google Analytics om anonieme informatie zoals bezoekersaantallen en meest populaire pagina's te verzamelen.

Door deze cookie aan te laten staan help je onze site te verbeteren.